ECLI:NL:CRVB:2005:AU7272
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.P.M. van de Kerkhof
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAZ-uitkering wegens twijfel oorzakelijk verband toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde hoger beroep in tegen de weigering van een WAZ-uitkering vanwege toegenomen arbeidsongeschiktheid per 15 oktober 1997, terwijl zij op dat moment niet meer verzekerd was. De Raad beoordeelde of het oorzakelijk verband tussen de oorspronkelijke en de toegenomen arbeidsongeschiktheid vaststond.
Er werd een uitvoerig medisch rapport van orthopedisch chirurg Iprenburg overgelegd, waarin werd gesteld dat de beperkingen geleidelijk waren toegenomen en dat ook andere aandoeningen reeds in 1993 bestonden. De verzekeringsarts Egbers leverde kritiek op dit rapport, welke Iprenburg in een aanvullend rapport weerlegde. De Raad concludeerde dat er twijfel bestaat over het oorzakelijk verband.
De Raad overwoog dat, overeenkomstig de rechtspraak omtrent artikel 43a van de WAO, de toegenomen arbeidsongeschiktheid voort moet vloeien uit dezelfde oorzaak om weigering op grond van artikel 20, eerste lid, Waz gerechtvaardigd te achten. Die twijfel leidt tot vernietiging van het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij ook aandacht wordt besteed aan het verzoek om wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Tevens veroordeelde de Raad gedaagde in de proceskosten en de kosten van het medisch rapport.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter Spaas en leden Van de Kerkhof en Greebe op 29 november 2005.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.