ECLI:NL:CRVB:2005:AU7116
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk ondanks stressklachten
Appellant, werkzaam als hoofd Financiën, viel in januari 1999 uit wegens hartritmestoornissen en ontving vanaf januari 2000 een WAO-uitkering. Na medisch onderzoek door verzekeringsarts Bakker en cardioloog Derksen concludeerde men in augustus 2001 dat appellant geen beperkingen meer ondervond door ziekte. Op basis hiervan beëindigde het UWV de uitkering per 29 augustus 2001.
Appellant voerde bezwaar aan met het argument dat zijn hartritmestoornissen veroorzaakt worden door stress, die inherent is aan zijn functie. Een bezwaarverzekeringsarts bevestigde echter het eerdere oordeel, waarna het bezwaar ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, ondersteund door een verklaring van cardioloog Derksen. De Raad stelde vast dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat er geen objectieve afwijkingen waren. Tevens was er geen sprake van bijzondere omstandigheden die de geschiktheid voor het eigen werk zouden ondermijnen. De Raad bevestigde daarom het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De WAO-uitkering van appellant wordt bevestigd beëindigd omdat hij geschikt wordt geacht voor zijn functie.