ECLI:NL:CRVB:2005:AU6988
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens wijziging woonplaats
Appellante ontving een bijstandsuitkering volgens de Algemene bijstandswet (Abw) als alleenstaande. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Delfzijl beëindigde de uitkering met ingang van 1 augustus 2002 omdat appellante niet langer woonachtig was in Delfzijl.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad beoordeelde of appellante haar woonplaats had verplaatst zoals bedoeld in artikel 63 van Pro de Abw. Uit feiten en omstandigheden, waaronder een ondertekende verklaring van appellante en informatie van de verhuurorganisatie Acantus, bleek dat zij per 1 augustus 2002 in Veendam woonde.
Appellante kon niet met concrete, verifieerbare gegevens aantonen dat zij later dan die datum woonplaats had verplaatst. Door het niet tijdig melden van de wijziging van woonplaats had appellante haar inlichtingenplicht geschonden, waardoor het College verplicht was de uitkering in te trekken. De Raad zag geen dringende redenen om hiervan af te wijken en bevestigde het besluit tot intrekking van de bijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering per 1 augustus 2002 wordt bevestigd.