ECLI:NL:CRVB:2005:AU6959
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herplaatsingsinspanningen en ontslag bij beëindiging detachering leraar in het buitenland
Appellant was sinds 1990 als leraar gedetacheerd aan een Europese school in België. De detachering werd per 1 augustus 1999 beëindigd wegens het bereiken van de maximale duur van negen jaar, conform het Statuut van het gedetacheerd personeel. Appellant maakte bezwaar tegen de beëindiging en het daarop volgende ontslagbesluit.
De rechtbank oordeelde dat de werkgever een zorgplicht had om te zoeken naar alternatieve aanstellingen binnen zijn gezagsgebied en actief te bemiddelen voor andere functies, maar deze zorgplicht onvoldoende had ingevuld. Desondanks bleef het ontslagbesluit in stand vanwege het niet meer te herstellen zorgvuldigheidsgebrek.
In hoger beroep stelde appellant dat de brief waarin de beëindiging werd meegedeeld een besluit was en dat de werkgever onvoldoende had gedaan aan herplaatsing. De Raad oordeelde dat de brief slechts een informatieve mededeling was en geen besluit in de zin van de Awb. Verder concludeerde de Raad dat de werkgever voldoende inspanningen had verricht, onder meer via bemiddeling door de Stichting NOB en het aanbieden van een outplacementtraject. Ook was de financiële positie van appellant verzekerd door een vertrektoelage en uitkeringen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waarbij tevens werd vastgesteld dat geen proceskostenvergoeding in hoger beroep wordt toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslagbesluit blijft in stand.