ECLI:NL:CRVB:2005:AU6958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens gewichtige redenen en beoordeling zorgvuldigheid herplaatsingsplicht
Appellante was sinds 1990 als lerares gedetacheerd aan een Europese school, waarbij haar detachering per 1 augustus 1999 werd beëindigd conform het Statuut dat een maximale duur van negen jaar voorschrijft. Gedaagde verklaarde het bezwaar tegen deze mededeling niet-ontvankelijk en verleende vervolgens ontslag wegens gewichtige redenen, omdat geen passende werkzaamheden beschikbaar waren.
De rechtbank vernietigde het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar en oordeelde dat gedaagde onvoldoende had gedaan om appellante te herplaatsen, waardoor het ontslagbesluit werd vernietigd. In hoger beroep bevestigt de Raad dat de brief van 21 december 1998 slechts informatief was en geen besluit vormde, waardoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard.
Verder oordeelt de Raad dat gedaagde voldoende inspanningen heeft verricht om appellante te herplaatsen, onder meer via bemiddeling door de Stichting NOB en het bieden van informatie en ondersteuning. Ook wordt meegewogen dat appellante ruim van tevoren op de hoogte was van het einde van haar detachering en uiteindelijk een nieuwe functie aanvaardde.
De Raad concludeert dat het ontslag wegens gewichtige redenen niet onrechtmatig was en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, waarbij de rechtsgevolgen van het ontslagbesluit in stand blijven. Vergoeding van proceskosten in hoger beroep wordt niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslagbesluit wegens gewichtige redenen en wijst het hoger beroep af.