ECLI:NL:CRVB:2005:AU6442
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering AAW-uitkering wegens niet voldoen aan inkomenseis en jeugdgehandicaptenstatus
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering (AAW) met verwijzing naar ernstige medische klachten, waaronder SLE en acute reuma op jonge leeftijd. Zij voerde aan dat zij als jeugdgehandicapte moest worden beschouwd en dat haar arbeidsongeschiktheid al eerder dan vastgesteld was begonnen.
De Raad heeft onderzocht of appellante als jeugdgehandicapte kon worden aangemerkt en of de vastgestelde eerste arbeidsongeschiktheidsdag correct was. Uit de medische en arbeidskundige rapportages blijkt dat appellante van 1961 tot 1974 fulltime heeft gewerkt, zonder dat sprake was van onafgebroken arbeidsongeschiktheid. De door appellante aangekondigde aanvullende gegevens zijn niet overgelegd.
De Raad oordeelt dat het risico van het ontbreken van bewijs omtrent de medische situatie en arbeidsongeschiktheid voor rekening van appellante komt. De vastgestelde eerste arbeidsongeschiktheidsdag van 20 februari 1984 blijft gehandhaafd. De weigering van de AAW-uitkering is daarom terecht en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de AAW-uitkering aan appellante wegens niet voldoen aan de inkomenseis en het ontbreken van jeugdgehandicaptenstatus.