ECLI:NL:CRVB:2005:AU6431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid Nederlandse socialezekerheidswetgeving op Italiaanse stewardessen bij chartervluchten
Appellante, een Nederlandse luchtvaartmaatschappij, voerde chartervluchten uit vanuit Italië met Italiaanse stewardessen in dienst. De vraag was welke socialezekerheidswetgeving van toepassing was op deze werknemers volgens EG-verordening 1408/71. De belastingdienst en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelden dat de Nederlandse wetgeving van toepassing was, terwijl appellante zich beriep op een brief van de Sociale verzekeringsbank (Svb) uit 1997 die stelde dat de Italiaanse wetgeving van toepassing zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de werkzaamheden van de stewardessen niet in hoofdzaak in Italië plaatsvonden en dat de brief van de Svb geen rechtens te honoreren vertrouwen kon wekken. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat appellante haar zetel in Nederland heeft, dat er geen vaste vertegenwoordiging in Italië was en dat de stewardessen in Nederland op de loonlijst stonden.
De Raad benadrukte dat de hoofdregel van artikel 14, tweede lid, sub a van verordening 1408/71 is dat de wetgeving van de lidstaat van de zetel van de onderneming geldt, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn. De Raad verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat de brief van de Svb geen ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging bevatte en de Svb niet bevoegd was om namens het Uwv bindende uitspraken te doen over werknemersverzekeringen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en wees het beroep van appellante af, waarmee de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing blijft op de stewardessen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing is op de Italiaanse stewardessen en wijst het beroep van appellante af.