ECLI:NL:CRVB:2005:AU6426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies in WAO-herbeoordeling
Appellante, die sinds 1977 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt was, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 80-100%. Na een herbeoordeling in 1999 stelde een verzekeringsarts samen met een psychiater een belastbaarheidspatroon op, waarna haar WAO-uitkering per 15 december 1999 werd ingetrokken wegens een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
Appellante maakte bezwaar en overlegde aanvullende medische rapporten, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij psychisch zo beperkt was dat zij geen werkzaamheden kon verrichten.
De Raad liet een onafhankelijke deskundige, prof. dr. Koerselman, rapporteren, die afwijkingen in de psychische gezondheidstoestand vaststelde maar de belastbaarheid bevestigde zoals eerder vastgesteld. Hoewel Koerselman twijfels had over de geschiktheid van twee functies, gaf de arbeidsdeskundige een uitgebreide toelichting dat alle geselecteerde functies geschikt waren.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit terecht in stand kon blijven en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.