ECLI:NL:CRVB:2005:AU6337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.G. Treffers
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-gemelde werkzaamheden
Appellanten ontvingen bijstand sinds mei 1999. Naar aanleiding van een melding dat appellant werkzaamheden verrichtte zonder dit te melden, stelde de sociale recherche een onderzoek in. Dit leidde tot de conclusie dat appellant van januari 1999 tot maart 2003 als slager werkte. Op basis hiervan trok de gemeente Zaanstad de bijstand in en vorderde de kosten terug.
Appellanten voerden aan dat de werkzaamheden voor 16 september 2002 slechts een vriendendienst waren en dat zij na beëindiging van de bijstand in maart 2003 relevante wijzigingen hadden gemeld. De rechtbank wees de beroepen af, omdat de verklaringen van appellant en getuigen consistent waren en de werkzaamheden van belang waren voor het recht op bijstand.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze beoordeling. De Raad benadrukt dat appellant de werkzaamheden niet heeft gemeld, wat een schending van de inlichtingenplicht is. Hierdoor kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld en is intrekking en terugvordering terecht. Ook is onvoldoende gebleken van relevante wijzigingen na beëindiging van de bijstand.
Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.