ECLI:NL:CRVB:2005:AU6293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Beperking aanspraak ondersteunende begeleiding AWBZ niet toegestaan
In deze zaak gaat het om een geschil tussen de stichting Centrum indicatiestelling zorg en een verzekerde met een dwarslaesie over de omvang van de toegekende zorg op grond van de AWBZ. De verzekerde betwistte het besluit van de indicatieorganisatie waarin de uren voor persoonlijke verzorging, verpleging en ondersteunende begeleiding waren vastgesteld. De rechtbank had het besluit deels vernietigd vanwege onvoldoende integrale beoordeling van de mantelzorgbelasting en normtijden.
De Raad heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat het beleid van de indicatieorganisatie, dat aanspraak op ondersteunende begeleiding beperkt tot verzekerden met onvoldoende zelfredzaamheid, niet in overeenstemming is met artikel 6 van Pro het Besluit zorgaanspraken AWBZ. Dit artikel biedt geen ruimte voor een dergelijk uitgangspunt, waardoor ook zelfredzame gehandicapten aanspraak kunnen maken op ondersteunende begeleiding.
Verder oordeelt de Raad dat de indicatieorganisatie bij het nieuwe besluit rekening moet houden met de draagkracht en draaglast van de mantelzorger, de normtijden voor defaecatiezorg moet motiveren en de mate waarin de voorliggende voorziening Fokus de zorg kan bieden, moet onderzoeken. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt gedeeltelijk bevestigd.
De Raad veroordeelt de indicatieorganisatie tot vergoeding van de proceskosten van € 24,56. De uitspraak bevestigt het recht van de verzekerde op een adequate indicatiestelling die niet onterecht aanspraken uitsluit.
Uitkomst: Het beleid om aanspraak op ondersteunende begeleiding te beperken tot onvoldoende zelfredzame verzekerden wordt verworpen en het besluit wordt vernietigd.