ECLI:NL:CRVB:2005:AU6266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- A.B.J. van der Ham
- W.I. Degeling
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor legeskosten verblijfsvergunning
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor legeskosten in verband met de verlenging van de verblijfsvergunning van zijn echtgenote. Deze aanvraag werd afgewezen door het College van burgemeester en wethouders van Heerlen en het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De Raad oordeelde dat de legeskosten behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, die in beginsel uit de bijstandsnorm moeten worden voldaan. De door appellant aangevoerde omstandigheden, zoals de verhoging van de legeskosten en de tijdelijke verblijfsvergunning, kwalificeren niet als bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 39, eerste lid, van de Algemene bijstandswet.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat eerdere onjuiste toekenningen van bijzondere bijstand door gedaagde niet tot gevolg hebben dat appellant recht heeft op bijzondere bijstand. Ook het nieuwe beleid van gedaagde dat legeskosten vanaf 1 januari 2004 wel worden vergoed, geldt niet met terugwerkende kracht.
De Raad corrigeerde tevens de rechtbank die ten onrechte een beoordelingsvrijheid aan het bestuursorgaan toekende, terwijl artikel 39 Abw Pro een gebonden bevoegdheid inhoudt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijzondere bijstand voor legeskosten wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.