ECLI:NL:CRVB:2005:AU6137
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H.J. Simon
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar en vaststelling aflossingscapaciteit bij terugvordering WAO-uitkering
Appellant ontving besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin werd meegedeeld dat zijn WAO-uitkering werd aangepast en dat onverschuldigd betaalde uitkeringen werden teruggevorderd. Gedaagde stelde de aflossingscapaciteit van appellant vast en verzocht tot betaling van maandelijkse aflossingen. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit bezwaar werd door gedaagde niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding.
De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van appellant tegen het niet-ontvankelijkheidsbesluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn inkomen lager was dan aangenomen, waardoor de aflossingscapaciteit onjuist zou zijn berekend. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat zijn inkomen lager was en dat hij onvoldoende had meegewerkt aan het invullen van het inkomensformulier. Hierdoor was de berekening van de aflossingscapaciteit gebaseerd op de door appellant zelf verstrekte gegevens en derhalve juist.
De Raad verwierp tevens het beroep van appellant op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwen dat de terugvordering een vergissing zou zijn. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard en dat de vastgestelde aflossingscapaciteit correct was. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar en de juistheid van de vastgestelde aflossingscapaciteit.