ECLI:NL:CRVB:2005:AU6132
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verzet tegen niet-ontvankelijkheidsverklaring hoger beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht
Opposant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage, maar betaalde het griffierecht van €102 niet tijdig. De Raad verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Opposant maakte verzet hiertegen, stellende dat hij als armlastige het bedrag niet ineens kon betalen.
De Raad oordeelde dat opposant voldoende was gewezen op de betalingstermijnen en dat het niet voldoen van het griffierecht zonder berichtgeving aan de Raad het risico van niet-ontvankelijkheid met zich meebracht. Er waren geen omstandigheden die toepassing van artikel 8:75 Awb Pro rechtvaardigden.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de eerdere niet-ontvankelijkheidsverklaring van kracht. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 november 2005.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkheidsverklaring van het hoger beroep wegens niet tijdige betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.