ECLI:NL:CRVB:2005:AU6053
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit arbeidsongeschiktheidspercentage en maatmaninkomen in WAO-uitkering
Appellant, een zeeman die uitviel wegens hartklachten, vroeg een WAO-uitkering aan. De uitkering werd aanvankelijk toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%, maar later vastgesteld op 45-55% per einde wachttijd. Appellant betwistte deze indeling en het maatmaninkomen waarop de berekening was gebaseerd.
De medische beoordeling hield onvoldoende rekening met de situatie per einde wachttijd, omdat belangrijke onderzoeken zoals de hartcatheterisatie pas na die datum plaatsvonden. De Raad oordeelde dat het besluit niet zorgvuldig was voorbereid en dat de vastgestelde arbeidsongeschiktheidsklasse en maatmaninkomen geen valide medische grondslag hadden.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en het daaropvolgende besluit van 28 juli 2004, en beval gedaagde een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, maar gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en gedaagde dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.