ECLI:NL:CRVB:2005:AU6046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van draagkrachtberekening en terugbetaling studieschuld door Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem inzake de hoogte van de maandelijkse termijnen voor terugbetaling van zijn studieschuld. De schuld was opgebouwd door renteloze voorschotten op grond van de Regeling rijksstudietoelagen. Gedaagde had de draagkracht van appellant berekend en de aflossingsverplichting vastgesteld.
Appellant stelde dat de draagkracht ten onrechte te hoog was vastgesteld en dat de verlaging van de aflossing niet met terugwerkende kracht was toegepast. Hij voerde aan dat hij geen afzonderlijk verzoek hoefde in te dienen voor draagkrachtmeting en dat hij tijdig bezwaar had gemaakt. De Raad overwoog dat appellant eerder had kunnen verzoeken om draagkrachtmeting en dat de wettelijke regeling bepaalt dat de draagkracht vanaf de maand volgend op het verzoek geldt.
De Raad vond geen onbillijkheid van overwegende aard die toepassing van de hardheidsclausule zou rechtvaardigen. Ook concludeerde de Raad dat gedaagde wel degelijk heeft gereageerd op bezwaren van appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. De rechtbank had het beroep deels gegrond verklaard, waarna gedaagde de aflossing per 1 augustus 2002 op nihil had vastgesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.