ECLI:NL:CRVB:2005:AU5955
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid en vergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WAO-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht. De rechtbank verwierp haar beroep wegens gebrek aan medische onderbouwing voor een urenbeperking. De Raad onderschrijft dit oordeel, omdat appellante ook in hoger beroep geen medische gegevens heeft overgelegd die het standpunt van de verzekeringsarts weerleggen.
Daarnaast klaagde appellante over de lange duur van de bezwaarprocedure. De Raad constateert dat de termijn van ruim 2,5 jaar voor de beslissing op bezwaar de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro ruimschoots overschrijdt. Deze overschrijding is niet gerechtvaardigd en heeft appellante belemmerd in haar recht op een snelle berechting.
De Raad oordeelt dat appellante als gevolg van deze vertraging immateriële schade heeft geleden en kent haar een schadevergoeding van € 2.000 toe. Materiële schadevergoeding wordt afgewezen omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vertraging haar heeft verhinderd een werkloosheidsuitkering aan te vragen.
De aangevallen uitspraak wordt vernietigd, het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met artikel 6 EVRM Pro, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand. Het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van de immateriële schade en de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens overschrijding van de redelijke termijn en appellante ontvangt een schadevergoeding van € 2.000.