ECLI:NL:CRVB:2005:AU5946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstandsrecht en terugvordering wegens onvoldoende onderbouwing werkzaamheden
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Naar aanleiding van een melding over handel in auto’s door appellant startte de gemeente Delfzijl een onderzoek. Op basis van het rapport van 12 oktober 2000 trok de gemeente het recht op bijstand in vanaf 1 oktober 2000 en vorderde zij terugbetaling van bijstandskosten over de periode 1 januari 1997 tot en met 30 september 2000.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt vast dat er voldoende grondslag is om aan te nemen dat appellant vanaf 1 mei 1998 op geld waardeerbare werkzaamheden verrichtte die niet waren gemeld, waardoor de intrekking vanaf die datum terecht is. Voor de periode vóór 1 mei 1998 ontbreekt echter voldoende bewijs dat appellant meer werkzaamheden verrichtte dan gemeld.
Daarom vernietigt de Raad het besluit tot intrekking en terugvordering voor de periode van 1 januari 1997 tot 1 mei 1998 en beveelt de gemeente een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden vernietigd voor de periode 1 januari 1997 tot 1 mei 1998 en de gemeente wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.