ECLI:NL:CRVB:2005:AU5929
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag premie werkaanvaarding wegens voorliggende voorziening toetrederskorting
Appellant en zijn echtgenote ontvingen vanaf 1990 een bijstandsuitkering. Met ingang van 1 januari 2002 is het recht op bijstand beëindigd vanwege werkaanvaarding door appellant. Op 7 april 2003 wees de gemeente Hoorn de aanvraag van appellant voor een premie in verband met werkaanvaarding af, omdat hij aanspraak kan maken op de toetrederskorting van de Belastingdienst, die als voorliggende voorziening geldt volgens artikel 17, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw).
Appellant maakte bezwaar, maar dit werd op 10 juni 2003 ongegrond verklaard. De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep tegen dit besluit vervolgens ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat hij door fiscaal aftrekbare buitengewone lasten de toetrederskorting niet kan effectueren en daarom recht heeft op een uitstroomsubsidie volgens de gemeentelijke Verordening subsidiebeleid WIW.
De Raad oordeelde dat appellant deze stelling niet voldoende heeft onderbouwd. Uit de stukken blijkt niet dat de loonheffing volledig wordt teruggegeven of dat de toetrederskorting niet op de loonheffing in mindering kan worden gebracht. Appellant heeft ook geen definitieve gegevens van de Belastingdienst overgelegd. Daarom bevestigt de Raad de eerdere uitspraak en wijst de premieaanvraag af. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De aanvraag voor een premie in verband met werkaanvaarding wordt afgewezen omdat de toetrederskorting als voorliggende voorziening geldt.