ECLI:NL:CRVB:2005:AU5922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting van 20% op WW- en bovenwettelijke uitkering wegens niet tijdig verlengen inschrijving als werkzoekende
Appellant stelde in hoger beroep dat de korting van 20% op zijn WW-uitkering en de bovenwettelijke uitkering in het kader van de Regeling Bovenwettelijke Werkloosheidsuitkering Academische Ziekenhuizen (RBWAZ) onterecht was opgelegd. De korting werd toegepast omdat appellant van 5 maart 2002 tot en met 28 januari 2003 niet als werkzoekende stond ingeschreven bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) en zijn verplichting tot tijdige verlenging van die inschrijving niet was nagekomen.
De Raad verwijst naar de feiten zoals vastgesteld door de rechtbank Rotterdam en onderschrijft dat appellant redelijkerwijs had moeten weten dat de inschrijving een beperkte geldigheidsduur heeft en dat verlenging zijn eigen verantwoordelijkheid was. De Raad verwerpt het verweer van appellant dat sprake zou zijn van een dubbele korting, omdat dit inherent is aan de geldende regelgeving.
De Raad concludeert dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestiging verdient en dat de korting terecht is toegepast. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd omdat geen gronden daarvoor aanwezig zijn.
De uitspraak is gedaan door mr. H.G. Rottier, in aanwezigheid van griffier M.D.F. de Moor, en uitgesproken in het openbaar op 2 november 2005.
Uitkomst: De korting van 20% op de WW- en bovenwettelijke uitkering is terecht toegepast wegens het niet tijdig verlengen van de inschrijving als werkzoekende.