ECLI:NL:CRVB:2005:AU5807
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijslast huurbetalingen bij toeslagtoekenning Algemene bijstandswet
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Utrecht dat haar toeslag op de bijstand met ingang van 1 januari 2002 op 20% werd vastgesteld. Zij stelde dat deze toeslag reeds vanaf 16 november 2000 had moeten gelden. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond omdat niet duidelijk was dat appellante op de aanvraagdatum schriftelijk om betalingsbewijzen was gevraagd en dat het bestuursorgaan de verhuurder had moeten betrekken bij twijfel over huurbetalingen.
Na een nieuw besluit van het bestuursorgaan bleef appellante van mening dat de bewijslast ten onrechte bij haar was gelegd en dat het bestuursorgaan zelf de verhuurder had moeten raadplegen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante niet tijdig had gereageerd op het verzoek om een schriftelijke verklaring van de verhuurder en dat het op grond van de geldende verordening in beginsel bij de aanvrager ligt om de commerciële relatie aan te tonen.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het bestuursorgaan voldoende aan zijn onderzoeksplicht had voldaan door appellante te verzoeken de verklaring te overleggen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de toeslag bevestigd.