ECLI:NL:CRVB:2005:AU5806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op bijstand bij studie geneeskunde in het buitenland en feitelijk verblijf
Appellante volgde de studie geneeskunde in België nadat zij was uitgeloot in Nederland en ontving studiefinanciering tot het zesde studiejaar. Zij vroeg bijstand aan bij de gemeente ’s-Gravenhage, welke werd afgewezen omdat zij onderwijs volgde en geen woonplaats had in die gemeente.
De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat appellante het merendeel van de week feitelijk in België verbleef en slechts in de weekenden en vakanties in ’s-Gravenhage verbleef, waar zij formeel was ingeschreven.
De Raad oordeelde dat de formele inschrijving niet doorslaggevend is voor het woonplaatscriterium en dat het verblijf in België het karakter van feitelijke woonplaats had. Hierdoor had appellante geen recht op bijstand van de gemeente ’s-Gravenhage. De overige gronden van afwijzing werden niet verder besproken en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat zij geen woonplaats had in de gemeente ’s-Gravenhage en daardoor geen recht op bijstand had.