ECLI:NL:CRVB:2005:AU5765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijzondere bijstand ondanks verjaringsverweer en vertrouwensbeginsel
Appellant kreeg bijzondere bijstand in de vorm van borgtocht voor een lening bij de Intergemeentelijke Kredietbank. Gedaagde vorderde terugbetaling van de bijstandskosten via een besluit van 16 juli 1998. Appellant stelde onder meer dat de vordering was verjaard en dat hij het besluit niet tijdig had ontvangen. Tevens stelde hij dat gedaagde het vertrouwen had gewekt dat niet zou worden teruggevorderd.
De Raad oordeelde dat het terugvorderingsbesluit van 16 juli 1998 een executoriale titel is en dat de brief van 27 juni 2003, waarin de executoriale werking werd bevestigd, geen zelfstandig besluit is. Het bezwaar tegen deze brief werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Verder werd geoordeeld dat appellant tijdig kennis had kunnen nemen van het oorspronkelijke besluit en dat het verjaringsverweer niet slaagt.
Ten slotte concludeerde de Raad dat er geen sprake is van een rechtsgeldig beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan die een dergelijk vertrouwen rechtvaardigen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De Raad bevestigt het terugvorderingsbesluit en wijst het verjaringsverweer en beroep op vertrouwensbeginsel af.