ECLI:NL:CRVB:2005:AU5662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende rekening gehouden met psychische beperkingen bij WAO-schatting
Appellant, werkzaam als ijzerwerker/lasser/pijpfitter, staakte zijn werkzaamheden in 1998 wegens rug- en spanningsklachten. Het UWV kende aanvankelijk geen WAO-uitkering toe vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na bezwaar en diverse onderzoeken werd de arbeidsongeschiktheid vastgesteld tussen 25 en 35%. De rechtbank verklaarde het bezwaarbesluit ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde dit en oordeelde dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met psychische beperkingen.
De Raad stelde vast dat het UWV niet beschikte over alle relevante medische gegevens, waaronder een psychologisch rapport uit 2001 dat ernstige psychische problematiek en verslavingsgedrag bij appellant beschreef. Dit rapport toonde aan dat er al in 1999 sprake was van psychische beperkingen die van belang zijn voor de beoordeling van de arbeidsmogelijkheden.
De Raad concludeerde dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Het UWV werd opgedragen nader onderzoek te verrichten naar de psychische toestand van appellant en een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen na nader onderzoek naar de psychische beperkingen van appellant.