ECLI:NL:CRVB:2005:AU5642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstandsuitkering wegens onvoldoende inlichtingenverplichting
Appellant had na beëindiging van zijn bijstandsuitkering per 1 januari 1998 een nieuwe aanvraag ingediend op 10 maart 1999. Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenverplichting zoals voorgeschreven in artikel 65 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw).
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat de gemeente terecht had gevraagd om bankafschriften vanaf mei 1998 om het recht op bijstand te kunnen beoordelen. Appellant had slechts één bankafschrift overgelegd en was zonder geldige reden niet verschenen op twee zittingen om zijn aanvraag toe te lichten.
Hierdoor kon niet worden vastgesteld of appellant recht had op bijstand. De door appellant overgelegde bankafschriften in hoger beroep betroffen een latere periode en konden het oordeel niet wijzigen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag van appellant om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende nakoming van de inlichtingenverplichting.