ECLI:NL:CRVB:2005:AU5324
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang in hoger beroep sociale zekerheidszaak
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage in een zaak over de WAO. Tegelijkertijd verzocht hij om een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 Awb Pro in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet.
De voorzieningenrechter overweegt dat het systeem van voorlopige voorzieningen niet bedoeld is om de behandeling van de hoofdzaak te versnellen door middel van een 'kortsluiting'. Er moet sprake zijn van een spoedeisend belang om een voorlopige voorziening te kunnen treffen. In deze zaak is dat spoedeisend belang niet aangetoond.
Hoewel verzoeker aangeeft lichamelijke klachten te hebben en psychisch belast te zijn, heeft hij geen concrete, op zijn gezondheid toegesneden omstandigheden aangevoerd die een spoedeisend belang rechtvaardigen. Ook is niet duidelijk welke voorlopige voorziening hij precies wenst.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De zaak zal verder in de hoofdzaak worden behandeld.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.