ECLI:NL:CRVB:2005:AU5221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Toekenning WAZ-uitkering en schadevergoeding wegens nalatigheid UWV
Appellant, een melkveehouder geboren in 1941, meldde zich in 1997 arbeidsongeschikt. Na medische en arbeidsdeskundige beoordelingen werd hij aanvankelijk niet of slechts gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard, waarna de WAZ-uitkering werd toegekend en later ingetrokken. Het bezwaar tegen de intrekking werd door het UWV ongegrond verklaard en door de rechtbank bevestigd.
In een later besluit van 22 januari 2004 verklaarde het UWV het bezwaar alsnog gegrond en kende de WAZ-uitkering toe met ingang van 24 april 2001, met een herziening per 28 oktober 2003. De Raad oordeelde dat het besluit van 22 januari 2004 het eerdere besluit van 23 oktober 2002 vernietigde en dat het deelbesluit over de herziening van 2003 als een nieuw primair besluit moet worden behandeld.
De Raad veroordeelde het UWV tot het betalen van wettelijke rente over de periode van 24 april 2001 tot 27 oktober 2003 wegens nalatigheid in de uitkeringsbetaling. Tevens werden proceskosten van € 644,- en het griffierecht van € 116,- aan appellant toegekend. Het beroep van appellant werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.
Uitkomst: Appellant krijgt alsnog WAZ-uitkering vanaf 24 april 2001 en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.