ECLI:NL:CRVB:2005:AU4707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Oproepovereenkomst leidt tot arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en ongeldige beëindiging
Appellant was sinds 1998 als touringcarchauffeur werkzaam bij Bakker Travel BV op oproepbasis. Hij sloot meerdere overeenkomsten voor bepaalde tijd, waarbij hij gemiddeld ruim 40 uur per week werkte. Na afloop van de laatste overeenkomst in oktober 2001 vroeg appellant een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig was beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat meer dan drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar met tussenpozen van niet meer dan drie maanden opvolgden, waardoor volgens artikel 7:668a BW de laatste overeenkomst als voor onbepaalde tijd geldt. De Raad oordeelde dat deze overeenkomst niet rechtsgeldig was beëindigd en dat appellant daarom geen recht had op WW-uitkering.
De Raad benadrukte dat het beding dat artikel 7:628 BW Pro uitsloot, geen gelding had en dat loonbetaling afhankelijk is van de bereidheid van de werknemer om te werken en de medewerking van de werkgever. Appellant had niet voldoende aangetoond dat hij zijn bereidheid tot werken kenbaar had gemaakt in de winterperiode. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst van appellant geldt als voor onbepaalde tijd en is niet rechtsgeldig beëindigd, waardoor het bestreden besluit tot weigering van WW-uitkering wordt vernietigd.