ECLI:NL:CRVB:2005:AU4358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering en schending reformatio in peius
Appellant, werkzaam als snoepinpakker, meldde zich ziek per 30 augustus 1999 en ontving vanaf 27 augustus 2000 een WAO-uitkering. Gedaagde trok deze uitkering per 8 mei 2002 in op grond dat appellant bij aanvang van de verzekering volledig arbeidsongeschikt was en er geen toename was. Appellant maakte bezwaar en startte een procedure.
De rechtbank vernietigde het intrekkingsbesluit vanwege onvoldoende motivering van de arbeidskundige beoordeling, maar oordeelde dat geen sprake was van schending van het verbod op reformatio in peius. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het verbod wel is geschonden omdat de uitkering met terugwerkende kracht is ingetrokken, ondanks uitlooptermijn.
Daarnaast is de motivering van het besluit onvoldoende, mede omdat gedaagde geen onderzoek deed naar de toepasselijkheid van de Wet Amber, die relevant is vanwege eerdere WAO-uitkering van appellant. De Raad beveelt een nieuw besluit aan met inachtneming van deze aspecten.
De Raad veroordeelt gedaagde tot vergoeding van de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.