ECLI:NL:CRVB:2005:AU3583
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Ziekengeld onterecht geweigerd wegens depressieve klachten medewerker grondsaneringsbedrijf
Appellant, werkzaam als algemeen medewerker bij een grondsaneringsbedrijf, meldde zich ziek vanwege fysieke en psychische klachten waaronder maagklachten en depressie. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) besloot dat appellant vanaf 23 juli 2001 niet langer recht had op ziekengeld, omdat hij geschikt zou zijn voor zijn arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, mede op basis van een verzekeringsartsrapport.
In hoger beroep bracht appellant naar voren dat de rechtbank ten onrechte zijn verzoek om aanhouding in afwachting van aanvullende medische informatie had genegeerd. De Centrale Raad van Beroep hechtte doorslaggevende waarde aan een recent psychiatrisch rapport van prof. dr. Oei, waarin werd vastgesteld dat appellant vanwege depressieve klachten niet in staat was zijn werk te verrichten. Dit oordeel werd bevestigd na reactie op een rapport van de bezwaarverzekeringsarts.
De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke psychiater, gelet op diens zorgvuldige onderzoek en de medische gegevens, en vernietigde het bestreden besluit en uitspraak. Het Uwv werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt vernietigd en het Uwv moet een nieuwe beslissing nemen.