ECLI:NL:CRVB:2005:AU3511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering na zorgvuldige beoordeling belastbaarheid appellant
Appellant, voormalig agrarisch medewerker, meldde zich ziek wegens linkerknieklachten en werd medisch en arbeidskundig onderzocht in het kader van de WAO. De verzekeringsarts concludeerde dat appellant kniesparend werk moest verrichten en stelde functionele beperkingen vast. De arbeidsdeskundige vond appellant ongeschikt voor zijn oude functie maar geschikt voor andere functies met minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.
Gedaagde verklaarde het bezwaar ongegrond op basis van medische rapporten, waaronder dat van de bezwaarverzekeringsarts, en een arbeidskundig rapport dat pas in beroep werd overgelegd. Appellant stelde dat dit onzorgvuldig was en dat de belastbaarheid in de geselecteerde functies werd overschreden.
De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de medische beperkingen objectief waren vastgesteld en dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde voor zijn standpunt. De arbeidskundige beoordeling werd als adequaat gezien, ook zonder overleg tussen arbeidsdeskundige en verzekeringsarts in beroep. De Raad vond geen reden om het bestreden besluit te vernietigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering na zorgvuldige beoordeling van de medische en arbeidskundige aspecten.