ECLI:NL:CRVB:2005:AU2957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op bijstand wegens overschrijding vermogensgrens door auto
Appellant ontving een bijstandsuitkering volgens de Algemene bijstandswet (Abw) en werd tijdens een heronderzoek geconfronteerd met het bezit van een Mercedes Benz. Hoewel appellant stelde dat hij de auto huurde, stond het kenteken op zijn naam en betaalde hij ook de verzekering en wegenbelasting. Een onderzoek toonde aan dat de auto eerder was verkocht door de vermeende verhuurder, wat de huurovereenkomst betwistte.
Gedaagde beëindigde het recht op bijstand per 1 maart 2002 vanwege overschrijding van de vermogensgrens, mede door de waarde van de auto. Appellant maakte bezwaar, waarna de waarde van de auto werd gecorrigeerd, maar de overschrijding bleef bestaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het op naam staan van het kentekenbewijs en het betalen van autokosten de veronderstelling rechtvaardigen dat de auto tot het vermogen van appellant behoort. De huurovereenkomst werd niet geloofd. Gezien de overschrijding van de vermogensgrens was het besluit tot beëindiging van de bijstand terecht. De Raad bevestigde het bestreden vonnis en wees proceskosten af.
Uitkomst: Het recht op bijstand van appellant is terecht beëindigd wegens overschrijding van de vermogensgrens door het bezit van een auto.