ECLI:NL:CRVB:2005:AU2905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering directeur-grootaandeelhouder na gedeeltelijke werkhervatting
Appellant, een directeur-grootaandeelhouder, viel in 1995 uit wegens rug- en beenklachten en kreeg een arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend van 80-100%. Na gedeeltelijke werkhervatting in eigen bedrijf werd de uitkering in 1997 herzien naar 25-35% arbeidsongeschiktheid op basis van een praktische schatting van de feitelijke verdiensten.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, waarna de rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling onvoldoende was en het besluit tot herziening vernietigde. De rechtbank vond de praktische schatting passend omdat appellant zichzelf geen loon toekende, maar wel werkzaamheden verrichtte.
De Raad bevestigt dat de medische beoordeling onjuist was en vernietigt het besluit tot herziening. De Raad stelt dat de methode van praktische schatting, gebaseerd op taak-urenanalyse en loonwaardetoekenning, niet is toegestaan volgens het Schattingsbesluit. De Raad beveelt een nieuwe beslissing op bezwaar en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt vernietigd en het UWV dient een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.