ECLI:NL:CRVB:2005:AU2572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- B.M. van Dun
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt seizoensarbeid en vernietigt weigering WW-uitkering steenzetter
Gedaagde werkte als steenzetter bij Aannemersbedrijf Krans in een cyclisch arbeidspatroon met perioden van werken en niet werken. Het UWV ontzegde hem een WW-uitkering per 18 november 2002 omdat hij volgens hen geen arbeidsuren had verloren en dus niet werkloos was in de zin van de WW.
De rechtbank stelde vast dat de werkzaamheden op uitdrukkelijk bevel van Rijkswaterstaat tussen half oktober en half april niet mochten worden verricht, waardoor sprake was van seizoenmatige arbeid. Het UWV stelde zich op het standpunt dat de arbeid niet seizoengebonden was omdat werkzaamheden aan rivieren en havens wel doorgingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar het seizoenmatige karakter van de arbeid en dat het UWV had moeten informeren over de gewijzigde regeling. De overgangsregeling was niet van toepassing omdat gedaagde pas in maart 2001 in dienst trad. De Raad bevestigde het vonnis van de rechtbank en vernietigde het bestreden besluit wegens schending van het zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel dat sprake is van seizoenmatige arbeid en vernietigt het besluit van het UWV dat de WW-uitkering ontzegt.