ECLI:NL:CRVB:2005:AU2550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Toekenning WAO-uitkering en beoordeling medische beperkingen zonder aanvullend onderzoek rugklachten
De zaak betreft een geschil over de toekenning van een WAO-uitkering aan gedaagde, die wegens knie- en hartklachten arbeidsongeschikt werd verklaard voor 25 tot 35%. De rechtbank had het bezwaar van gedaagde gegrond verklaard omdat de bezwaarverzekeringsarts geen aanvullend medisch onderzoek had verricht naar door gedaagde in bezwaar aangevoerde rugklachten, waardoor het besluit onzorgvuldig en ondeugdelijk gemotiveerd zou zijn.
Het UWV stelde in hoger beroep dat een volledige heroverweging in bezwaar niet altijd vereist dat een spreekuuronderzoek wordt gehouden of dat aanvullende informatie wordt ingewonnen, zeker niet als uit het dossier blijkt dat de klachten niet eerder waren gemeld of vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het dossieronderzoek en de beschikbare medische informatie voldoende waren om de beperkingen vast te stellen. De rugklachten waren niet gebleken uit eerdere onderzoeken of rapportages, en de beperkingen hielden al rekening met rugbesparende arbeid.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van het UWV gegrond. Er was geen sprake van een onzorgvuldige voorbereiding of ondeugdelijke motivering van het besluit. De medische gegevens boden voldoende basis voor het oordeel over de arbeidsongeschiktheid en de geschiktheid voor de geselecteerde functies.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.