ECLI:NL:CRVB:2005:AU2544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. Van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vernietiging premienota 1998 wegens ongeldige identiteitsbewijzen bij looncontrole
Appellante voerde hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle die haar beroep ongegrond verklaarde en het standpunt van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) onderschreef dat identiteitsbewijzen geldig moesten zijn op de datum van indiensttreding van werknemers. De zaak betreft looncontroles over de jaren 1998, 2000, 2001 en 2002 waarbij scholieren vakantiewerk verrichtten en gebruik werd gemaakt van de scholierenregeling.
De looncontrole in 2003 toonde aan dat voor een aantal werknemers geen geldige identiteitsbewijzen aanwezig waren, ondanks eerdere waarschuwingen in 1998. Het UWV legde een premienota op waarbij de nettolonen werden gebruteerd met het anoniementarief wegens het ontbreken van geldige documenten. Appellante betwistte dat dit een te vergaande sanctie was en stelde dat achteraf identiteitscontrole voldoende was.
De Raad oordeelde dat de regelgeving vereist dat een geldig identiteitsbewijs bij aanvang van het dienstverband beschikbaar moet zijn en dat appellante willens en wetens heeft nagelaten dit na te leven. Wel achtte de Raad het aannemelijk dat over 1998 geen naheffing door de belastingdienst heeft plaatsgevonden, zodat de correctie voor dat jaar moet worden vernietigd. De correcties voor 2000, 2001 en 2002 blijven gehandhaafd. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van 27 mei 2003 wordt vernietigd voor de premienota 1998 en gehandhaafd voor 2000-2002, met veroordeling in proceskosten.