ECLI:NL:CRVB:2005:AU2310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling dagloon bij arbeidsongeschiktheid ondanks meerdere dienstverbanden
Appellant was sinds 1988 werkzaam bij een schoonmaakbedrijf en trad in 1989 daarnaast in dienst bij een tweede werkgever. Hij stopte beide werkzaamheden wegens ziekte in september 1989. Het UWV stelde het dagloon vast exclusief het loon uit het tweede dienstverband, omdat appellant bij aanvang daarvan reeds arbeidsongeschikt was.
Appellant betwistte dit en stelde dat het loon uit beide dienstverbanden moest worden meegenomen bij de dagloonvaststelling. De rechtbank wees het beroep af, waarna appellant in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het gewoonlijk uitgeoefend beroep in beginsel wordt bepaald door de werkzaamheden die men verricht bij een dienstverband, maar dat hiervan kan worden afgeweken als volstrekte zekerheid bestaat dat bij aanvang van het dienstverband geen reële arbeidscapaciteit meer bestond. Uit medische rapporten en het arbeidsverleden bleek dat appellant bij aanvang van het tweede dienstverband al ernstig psychisch beperkt was, zodat het loon uit dat dienstverband niet meegenomen kon worden.
De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het loon uit het tweede dienstverband niet wordt meegenomen bij de dagloonvaststelling omdat appellant bij aanvang daarvan reeds arbeidsongeschikt was.