ECLI:NL:CRVB:2005:AU2078
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit anticumulatie en intrekking WAO-uitkering wegens onjuiste terugvordering
Appellant ontving sinds 1989 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%. Hij werkte sinds circa 1994 voor Arcus Bouw Roosendaal b.v., deels zwart, terwijl hij ook WW- en Ziektewet-uitkeringen ontving. Onderzoek in 1999 bracht weeklijsten en een schaduwboekhouding aan het licht waaruit bleek dat appellant tijdens WW-periodes werkte en 'bovenloon' ontving, dat wil zeggen zwart betaald loon naast het officiële loon.
De Raad oordeelt dat de schorsing van de WAO-uitkering op grond van artikel 50 lid 3 WAO Pro terecht was vanwege het gegronde vermoeden van onrechtmatigheid. Ook de herziening en terugvordering van de WW-uitkering over de uren waarop appellant werkte, zijn gegrond. Echter, de intrekking en terugvordering van de WAO-uitkering wegens anticumulatie kan niet worden gehandhaafd over de gehele periode, omdat onvoldoende bewijs is geleverd dat appellant vóór week 48 van 1997 bovenloon ontving.
De weeklijsten en de rode multomap met gegevens over de periode van week 25 1997 tot en met week 24 1998 tonen aan dat appellant vanaf week 48 van 1997 bovenloon ontving. Voor de periode daarvoor ontbreekt voldoende bewijs. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover het de WAO-uitkering betreft en beveelt een nieuw besluit. Tevens veroordeelt de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van de WAO-uitkering wordt vernietigd voor de periode vóór week 48 van 1997; overige besluiten worden bevestigd.