ECLI:NL:CRVB:2005:AU1850
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Aanvraag bijstandsuitkering buiten behandeling gelaten wegens niet tijdig verstrekken bankafschriften
Verzoeker diende op 14 februari 2005 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Gedaagde liet de aanvraag op 14 maart 2005 buiten behandeling omdat verzoeker niet binnen de gestelde termijn de gevraagde bankafschriften had verstrekt, ondanks herhaalde verzoeken.
De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af, omdat de gevraagde bankafschriften essentieel waren voor een juiste beoordeling van de aanvraag. Verzoeker kon redelijkerwijs over deze gegevens beschikken en had deze tijdig moeten overleggen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat gegevens die na het primaire besluit worden verstrekt in beginsel niet meetellen, tenzij aannemelijk is dat verzoeker redelijkerwijs niet eerder kon beschikken over deze gegevens, wat hier niet het geval was.
De Raad wees het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroep op het Verdrag inzake de rechten van het kind werd eveneens verworpen omdat verzoeker zelf verantwoordelijk is voor het verstrekken van voldoende informatie.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gelaten wegens het niet tijdig verstrekken van gevraagde bankafschriften; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.