ECLI:NL:CRVB:2005:AU1599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt mindering WW-uitkering wegens non-activiteitsuitkering als oudedagsvoorziening
De zaak betreft een geschil over de vraag of een non-activiteitsuitkering (nar-uitkering) die een voormalig GAK-medewerker ontvangt, terecht in mindering is gebracht op zijn WW-uitkering. De appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), stelde dat deze nar-uitkering gelijkgesteld moet worden met een ouderdomspensioen volgens de regeling Gelijkstelling, waardoor deze op de WW-uitkering in mindering kan worden gebracht.
De rechtbank ’s-Hertogenbosch had eerder geoordeeld dat de nar-uitkering niet onder de in artikel 34 van Pro de WW genoemde inkomsten valt en ook niet gelijkgesteld kan worden met een VUT-uitkering, omdat het dienstverband bij de nar-uitkering blijft bestaan en de wederzijdse verplichtingen slechts zijn opgeschort. De appellant stelde in hoger beroep dat de nar-uitkering wel onder de regeling Gelijkstelling valt, maar dan onder andere gronden dan de rechtbank had overwogen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de nar-uitkering een periodieke uitkering is die is toegekend bij wijze van oudedagsvoorziening, omdat deze wordt verstrekt vanwege het einde van het arbeidsleven. De Raad wijst op het Sociaal Plan Gak Nederland bv, waarin de regeling is getroffen voor medewerkers die kort voor de pensioenleeftijd staan en voor wie herplaatsing problematisch is. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van appellant gegrond, waarmee de mindering van de WW-uitkering op grond van de nar-uitkering terecht is.
Uitkomst: De non-activiteitsuitkering is terecht als oudedagsvoorziening aangemerkt en mag in mindering worden gebracht op de WW-uitkering.