ECLI:NL:CRVB:2005:AU1468
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor passende arbeid
Appellante was werkzaam als inpakster en viel uit wegens rug- en schildklierklachten. Na een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100% werd dit bij herbeoordeling verlaagd naar 35-45%. Gedaagde weigerde een Ziektewetuitkering per 17 september 2002, omdat appellante volgens verzekeringsartsen geschikt werd geacht voor een aantal functies binnen haar belastbaarheid.
Appellante bracht medische rapporten in van artsen die haar beperkingen bevestigden, maar de bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat er geen objectieve toename van beperkingen was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit in hoger beroep.
De Raad overweegt dat onder 'zijn arbeid' wordt verstaan de arbeid geschikt geacht bij de WAO-beoordeling, en dat appellante pas ongeschikt is als zij voor al deze functies ongeschikt is. De medische beoordeling is zorgvuldig en voldoende gemotiveerd, zodat de weigering van de ZW-uitkering terecht is.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering omdat appellante geschikt wordt geacht voor passende arbeid.