ECLI:NL:CRVB:2005:AU1371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen weigering WAO-uitkering
Belanghebbende diende bezwaar in tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een WAO-uitkering. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de gronden van het bezwaar niet binnen de gestelde termijn waren aangeleverd, ondanks een verzoek om verlenging.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat het UWV het verzoek om termijnverlenging had moeten honoreren, waardoor het bezwaar ontvankelijk was. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen een overweging van de rechtbank die niet bindend is.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bezwaarschrift wel degelijk een concrete bezwaargrond bevatte en dat het UWV het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het hoger beroep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard, het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van belanghebbende is ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit niet in stand gelaten.