ECLI:NL:CRVB:2005:AU1038
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en rechtmatigheid van CBBS-toepassing bevestigd
Appellante, werkzaam als productiemedewerkster, viel uit wegens rugklachten en kreeg aanvankelijk geen WAO-uitkering toegekend. Na bezwaar kende het UWV haar alsnog een uitkering toe met een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. De Raad vernietigt het eerste besluit omdat het niet langer werd gehandhaafd en verklaart het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen van appellante niet zijn onderschat. De arbeidsdeskundige heeft passende functies geselecteerd die appellante kan verrichten. De toepassing van het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) als nieuwe schattingsmethodiek wordt bevestigd als aanvaardbaar.
Verder wijst de Raad het verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 8:73 Awb Pro toe, waarbij de wettelijke rente over de na te betalen uitkering moet worden berekend conform eerdere jurisprudentie. De proceskosten worden toegewezen aan appellante, waarbij het UWV wordt veroordeeld tot betaling van de kosten in eerste aanleg en hoger beroep.
De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van het herzieningsbesluit en het gebruik van het CBBS-systeem, en benadrukt de zorgvuldigheid van het medisch en arbeidsdeskundig onderzoek.
Uitkomst: Het beroep tegen het herzieningsbesluit wordt ongegrond verklaard en het oorspronkelijke besluit vernietigd.