ECLI:NL:CRVB:2005:AU0716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht bij werkzaamheden op grond van management- en freelanceovereenkomst
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en een werknemer over de vraag of diens werkzaamheden voor een BV vanaf 21 februari 2000 als privaatrechtelijke dienstbetrekking moeten worden aangemerkt, met als gevolg verzekeringsplicht. De werknemer was eerst werkzaam op basis van een managementovereenkomst en later op basis van een freelanceovereenkomst.
De Raad stelt vast dat de drie vereisten voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking – gezagsverhouding, persoonlijke arbeidsverplichting en loonbetaling – zijn vervuld. De werknemer moest aanwijzingen van de BV opvolgen, rapporteerde maandelijks en hield zich aan een vastgesteld businessplan. Hoewel de werknemer autonoom zijn werkzaamheden kon organiseren, bestond er een gezagsverhouding.
De Raad wijst het verweer af dat de werknemer als lid van de raad van commissarissen niet onder gezag zou staan, omdat dit niet uit de stukken blijkt. Ook onder de freelanceovereenkomst bleef de situatie wezenlijk gelijk, ondanks betaling per gewerkt uur. De Raad vernietigt de eerdere uitspraak en verklaart het beroep ongegrond, bevestigend dat de verzekeringsplicht terecht is vastgesteld.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt dat de werkzaamheden als privaatrechtelijke dienstbetrekking kwalificeren en dat de verzekeringsplicht terecht is vastgesteld.