ECLI:NL:CRVB:2005:AU0665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 1982 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Naar aanleiding van een vermoeden van samenwoning met haar partner heeft de sociale recherche onderzoek gedaan, waarbij onder meer huisbezoeken en verklaringen zijn verzameld. Op basis hiervan concludeerde het College van burgemeester en wethouders dat sprake was van een gezamenlijke huishouding, wat appellante niet had gemeld.
De rechtbank had het besluit tot intrekking van de bijstand en terugvordering deels vernietigd vanwege een te late actie van de gemeente, waardoor de terugvordering werd gematigd tot 50%. Appellante voerde aan dat zij haar inlichtingenplicht correct had nageleefd en dat de gemeente onvoldoende had gereageerd op signalen.
De Raad oordeelt dat de feiten, waaronder gezamenlijke vakanties in een caravan, gedeeld gebruik van voorzieningen en gezamenlijke sociale activiteiten, een gezamenlijke huishouding aantonen. De inlichtingenplicht is geschonden en intrekking en terugvordering zijn terecht. De Raad bevestigt de matiging van de terugvordering tot 50% vanwege de vertraging van de gemeente en bepaalt dat een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering zijn terecht, met matiging van de terugvordering tot 50%.