ECLI:NL:CRVB:2005:AU0520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen boetenota is niet-ontvankelijk, bezwaar richt zich op boetebesluit
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle. In geschil stond of een boetenota een besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waartegen bezwaar mogelijk is.
Appellant legde aan gedaagde een boete op wegens het niet tijdig inzenden van jaarloonopgaven en stuurde een boetenota ter betaling. Gedaagde maakte bezwaar tegen de boetenota en het boetebesluit. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de boetenota niet-ontvankelijk, maar oordeelde dat appellant gedaagde ten onrechte niet de gelegenheid had gegeven het boetebesluit te overleggen, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren onjuist was.
De Raad bevestigt dat de boetenota geen besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro en dat bezwaar tegen de nota niet mogelijk is. Echter, het bezwaarschrift richtte zich ook tegen het boetebesluit, zodat appellant gedaagde niet had mogen weigeren het bezwaar in behandeling te nemen. De Raad veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde en bevestigt de uitspraak van de rechtbank op andere gronden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de boetenota geen besluit is en dat het bezwaar zich richtte op het boetebesluit, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren onterecht was.