ECLI:NL:CRVB:2005:AU0516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.G. Treffers
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies bij vijfdejaarsherbeoordeling
In deze zaak staat de vijfdejaarsherbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van appellant centraal. Na een herbeoordeling op 25 juli 2001 werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 15-25%, later bij bezwaar verhoogd naar 25-35% met ingang van 11 januari 2002. Het bestreden besluit wijzigde deze ingangsdatum naar 3 januari 2001. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
Appellant betoogde dat het medisch onderzoek onvolledig en onzorgvuldig was, onder meer omdat de verzekeringsarts geen aanvullende medische informatie van de behandelend arts had opgevraagd. Tevens voerde appellant aan dat hij niet geschikt was voor de geduide functies vanwege fijn motorisch werk en het ontbreken van een MAVO/VBO-diploma.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek wel degelijk zorgvuldig was, mede omdat de verzekeringsarts beschikte over door appellant ingebrachte medische informatie en geen aanwijzingen bestonden dat appellant nog onder behandeling was. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank over de geschiktheid van de functies en stelde dat het diploma van appellant gelijkgesteld kon worden aan het vereiste MAVO/VBO-diploma. De functies voldeden aan de krachten en bekwaamheden van appellant, zodat het hoger beroep werd afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en handhaafde de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid op 25-35% met ingang van 3 januari 2001.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van arbeidsongeschiktheid 25-35% per 3 januari 2001 wordt bevestigd.