ECLI:NL:CRVB:2005:AU0503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos door diefstal
Appellant was werkzaam als repair technician en is op staande voet ontslagen nadat hij op heterdaad betrapt werd op diefstal van bedrijfseigendommen. De arbeidsovereenkomst werd later ontbonden door de kantonrechter, waarbij een vergoeding werd toegekend. Appellant vroeg vervolgens een WW-uitkering aan, die werd geweigerd omdat hij verwijtbaar werkloos was geworden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel. Appellant stelde dat het meenemen van een geheugenmodule een vergissing was en dat het ontslag op staande voet door de werkgever was teruggedraaid, maar de Raad acht de verklaringen van de werkgever en de feiten voldoende om te concluderen dat appellant wist of had moeten weten dat zijn gedrag tot ontslag zou leiden.
De Raad oordeelt dat de weigering van de WW-uitkering terecht is, omdat appellant verwijtbaar werkloos is geworden. Er zijn geen gronden om proceskosten toe te kennen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en weigering WW-uitkering bevestigd wegens verwijtbare werkloosheid.