ECLI:NL:RBALK:2006:AV1420
Rechtbank Alkmaar
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Onterecht geweigerde WW-uitkering wegens vermeende verwijtbare werkloosheid na ontslag
Eiser werd op 28 februari 2005 op staande voet ontslagen wegens vermeende betrokkenheid bij diefstal, waarna hij een WW-uitkering aanvroeg. Het UWV weigerde de uitkering op grond van verwijtbare werkloosheid. Eiser betwistte de beschuldigingen en stelde dat het ontslag onterecht was.
De kantonrechter ontbond later de arbeidsovereenkomst per 10 mei 2005, waarbij het ontslag op staande voet werd ingetrokken. De voorzieningenrechter oordeelde dat het UWV onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat eiser daadwerkelijk betrokken was bij diefstal, mede omdat eiser zijn bekentenis onder druk had afgelegd en er geen strafrechtelijke vervolging volgde.
Daarom was de weigering van de WW-uitkering onterecht en werd het besluit vernietigd. Het UWV werd opgedragen binnen twee weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Tevens werden de proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de WW-uitkering te weigeren wegens verwijtbare werkloosheid wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.