ECLI:NL:CRVB:2005:AU0495
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.G. Treffers
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Blijvende gehele weigering Ziektewetuitkering wegens nevenwerkzaamheden zonder toestemming
Appellant, werkzaam als schoenmaker bij zijn werkgever, verrichtte zonder toestemming nevenwerkzaamheden bij een andere werkgever terwijl hij ziekgemeld was. Zijn werkgever verzocht hem de nevenwerkzaamheden te beëindigen, wat appellant niet deed, waarna hij op staande voet werd ontslagen.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde daarop de Ziektewetuitkering blijvend geheel wegens benadelingshandeling, omdat appellant door zijn handelen het Algemeen Werkloosheidsfonds zou benadelen. Appellant voerde aan dat hij handelde op basis van onjuist rechtskundig advies van de FNV en stelde dat er geen verwijtbaarheid was.
De Raad oordeelde dat het niet vaststaat dat de FNV een dergelijk advies heeft gegeven en dat de betaling van een schikkingsbedrag uit coulance geen verwijtbaarheid uitsluit. Ook ontbraken dringende redenen om van de maatregel af te zien. De Raad bevestigde daarom de gehele weigering van de Ziektewetuitkering over de resterende duur.
De uitspraak benadrukt dat het accepteren van nevenwerkzaamheden zonder toestemming tijdens ziekte een benadelingshandeling vormt, zeker wanneer de werkgever de gelegenheid gaf dit te beëindigen en appellant dit niet opvolgde. De maatregel is passend gelet op de ernst van de gedraging en verwijtbaarheid.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende gehele weigering van de Ziektewetuitkering wegens benadelingshandeling door nevenwerkzaamheden zonder toestemming.