ECLI:NL:CRVB:2005:AU0334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing begrip loondagen bij wisselende werk- en niet-werkperiodes in ploegendienst
In deze zaak stond de uitleg van het begrip loondagen in artikel 9 van Pro de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) centraal. Appellante betwistte de berekening van het aantal loondagen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) over het jaar 2001, waarbij het UWV per vier weken twintig loondagen in aanmerking nam voor werknemers die veertien dagen werken afwisselen met veertien dagen niet-werken.
De Raad overwoog dat het begrip loondagen niet beperkt kan worden tot dagen waarop daadwerkelijk arbeid is verricht, maar dat ook weken waarin geen arbeid wordt verricht, vanwege de ploegendienstregeling, als vijf loondagen per week moeten worden beschouwd. Dit volgt uit artikel 9, vijfde lid, CSV, dat een repeterend patroon van werken en niet-werken kenmerkt als ploegendienst.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, oordeelde dat de werknemers van appellante in ploegendienst werkzaam zijn en dat het UWV terecht twintig loondagen per vier weken in aanmerking heeft genomen. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: De Raad oordeelt dat werknemers met een patroon van veertien dagen werken gevolgd door veertien dagen niet-werken in ploegendienst zijn en bevestigt dat over niet-werkweken vijf loondagen per week worden gerekend.